
Van transcutane steek tot Donati en intracutaan: welke hechttechniek past bij welke wond? Overzicht van de belangrijkste steken, hun voor- en nadelen, knooptechnieken en valkuilen — voor humane en veterinaire professionals.
Een goede wondsluiting begint bij de juiste hechttechniek. Elke steek heeft eigen eigenschappen op het gebied van stevigheid, spanningverdeling en littekenvorming. Dit artikel geeft een praktisch overzicht van de meest gebruikte hechttechnieken, hun toepassing en de bijbehorende knooptechnieken — voor humane, dentale en veterinaire professionals.
Een hechting moet wondranden op hun plaats houden tot de natuurlijke genezing voldoende sterkte heeft. De keuze van de techniek hangt af van de diepte van de wond, de spanning op de huid, de locatie en of er een cosmetisch mooi litteken gewenst is. De meest gebruikte technieken zijn de transcutane steek, de intracutane hechting, de matrashechting en de Donati-steek.
De transcutane steek is de standaard hechttechniek op de spoedeisende hulp en in de huisartsenpraktijk. Je plaatst losse steken loodrecht op de wondrand, waarbij zowel huid als onderhuids weefsel worden meegenomen. Het voordeel is dat je elke steek afzonderlijk kunt aanpassen aan de spanning en dat één losse steek kan worden verwijderd zonder de rest aan te tasten.
Bij een doorlopende hechting maak je één lange draad die na elke steek niet wordt afgeknoopt, maar continu doorloopt. Dit is sneller dan losse steken en verdeelt de spanning gelijkmatiger over de wond. Een nadeel is dat bij complicatie de hele hechting moet worden verwijderd.
De matrashechting geeft extra stevigheid en beter contact tussen de wondranden, vooral bij wonden met veel spanning of de neiging tot wondrandomslag.
| Variant | Techniek | Toepassing |
|---|---|---|
| Verticale matrashechting (Donati) | Eerst diepe steek, daarna een kleinere superficiële steek terug | Huid met veel spanning, zwelling (o.a. fractuurchirurgie) |
| Horizontale matrashechting | Steek parallel aan de wondrand met terugkeersteek | Huid met omtrekproblemen, everted wondranden |
| Doorlopende matrashechting | Matrassteek zonder onderbreking | Lange wonden met matige spanning |
De intracutane hechting wordt in de huidlaag zelf geplaatst, zonder steekgaten door de epidermis. Het resultaat is een minimaal zichtbaar litteken, wat deze techniek geschikt maakt voor het gelaat en andere cosmetisch gevoelige gebieden.
Bij diepere chirurgische wonden wordt in lagen gesloten: eerst de fascie, dan de subcutis en tot slot de huid. Dit geeft stevigheid en voorkomt seroomvorming. Bij kleinere wonden volstaat een losse subcutane steek waarvan de knoop in de diepte wordt begraven om irritatie te voorkomen.
| Techniek | Toepassing |
|---|---|
| Corners steek | Huidflappen, hoeken waarbij doorbloeding van de tip moet worden behouden |
| Tabakszakhechting | Sluiten van stompjes of openingen, darmchirurgie |
| Dubbele katrolhechting (double pulley) | Maximale spanning, fascie-sluiting |
| Figuur-8 hechting | Pees, fascia — maximale trekkracht |
Een hechting is zo sterk als de knoop. Bij monofilament draad (bijv. Ethilon, Monocryl) zijn minimaal 3 tot 4 knopen nodig vanwege de gladde structuur; bij gevlochten draad (bijv. Vicryl) volstaan vaak 2 tot 3 knopen.
| Knooptechniek | Omschrijving | Wanneer |
|---|---|---|
| Chirurgische knoop (instrumententechniek) | Knoop in de diepte gelegd met de naaldvoerder | Standaard bij elke hechting |
| Knoop op de hand | Schoenveter-, wolkluwen- of naaigarengreep | Bij veel knopen of grote draad |
| Vierkante knoop (granny lock) | Twee tegenovergestelde slagen | Basis, betrouwbaar |
| Zekerknoop (extra slip) | Extra knoopslag voor meer zekerheid | Monofilament, hoge spanning |
| Locatie | Verwijdering na |
|---|---|
| Gelaat / hoofd | 3–5 dagen |
| Hals | 5–7 dagen |
| Romp / extremiteiten | 7–10 dagen |
| Gewrichten / voeten | 10–14 dagen |
| Rug | 14 dagen |
Snijd bij het verwijderen altijd één draadeinde kort boven de huid door, zodat het zichtbare deel niet door de wond wordt getrokken.
Hechten is een medische handeling die valt onder voorbehouden handelingen conform de Wet BIG. Gebruik uitsluitend CE-gecertificeerd hechtmateriaal (MDR 2017/745). Klinimed levert het volledige Ethicon-assortiment met correcte documentatie voor uw praktijk of instelling.
Wat is het verschil tussen transcutaan en intracutaan hechten?
Bij transcutaan hechten gaan de steken door de huid en vangen ze zowel huid als onderhuids weefsel; dit is de standaardtechniek. Bij intracutaan hechten ligt de draad in de huidlaag zelf, zonder steekgaten, wat een mooier litteken geeft maar ongeschikt is bij spanning of infectie.
Wanneer gebruik je een matrashechting?
Een matrashechting wordt gebruikt bij wonden met veel spanning of de neiging tot wondrandomslag. De verticale variant (Donati) geeft extra stevigheid, bijvoorbeeld bij fractuurchirurgie.
Hoeveel knopen heb je nodig?
Bij monofilament draad minimaal 3–4 knopen, bij gevlochten draad meestal 2–3. De knoop moet stevig zijn maar de wond niet afknellen.
Disclaimer: De informatie op deze pagina is bedoeld voor medische professionals en zorgverleners. Deze inhoud vervangt geen medisch advies, klinische richtlijnen of productdocumentatie van de fabrikant. Raadpleeg altijd de bijsluiter en geldende protocollen van uw instelling. Klinimed is niet aansprakelijk voor onjuist gebruik van de beschreven producten of technieken.