Home » Blog » Hechttechnieken en knopen: de 7 basissteken uitgelegd

Hechttechnieken en knopen: de 7 basissteken uitgelegd

Door: Team Klinimed2026-10-05 13:32:00

Van transcutane steek tot Donati en intracutaan: welke hechttechniek past bij welke wond? Overzicht van de belangrijkste steken, hun voor- en nadelen, knooptechnieken en valkuilen — voor humane en veterinaire professionals.

Hechttechnieken en knopen: welke steek gebruik je wanneer?

Een goede wondsluiting begint bij de juiste hechttechniek. Elke steek heeft eigen eigenschappen op het gebied van stevigheid, spanningverdeling en littekenvorming. Dit artikel geeft een praktisch overzicht van de meest gebruikte hechttechnieken, hun toepassing en de bijbehorende knooptechnieken — voor humane, dentale en veterinaire professionals.

Wat is het verschil tussen de belangrijkste hechttechnieken?

Een hechting moet wondranden op hun plaats houden tot de natuurlijke genezing voldoende sterkte heeft. De keuze van de techniek hangt af van de diepte van de wond, de spanning op de huid, de locatie en of er een cosmetisch mooi litteken gewenst is. De meest gebruikte technieken zijn de transcutane steek, de intracutane hechting, de matrashechting en de Donati-steek.

1. Transcutane hechting (losse steek)

De transcutane steek is de standaard hechttechniek op de spoedeisende hulp en in de huisartsenpraktijk. Je plaatst losse steken loodrecht op de wondrand, waarbij zowel huid als onderhuids weefsel worden meegenomen. Het voordeel is dat je elke steek afzonderlijk kunt aanpassen aan de spanning en dat één losse steek kan worden verwijderd zonder de rest aan te tasten.

  • Wanneer: vrijwel elke lineaire huidwond, gelaat, extremiteiten
  • Voordeel: eenvoudig, corrigeerbaar, goede drainage mogelijk
  • Nadeel: meer littekenvorming dan een intracutane hechting
  • Draden: vaak niet-resorbeerbaar (Ethilon) of resorbeerbaar (Vicryl Rapide)

2. Doorlopende transcutane hechting

Bij een doorlopende hechting maak je één lange draad die na elke steek niet wordt afgeknoopt, maar continu doorloopt. Dit is sneller dan losse steken en verdeelt de spanning gelijkmatiger over de wond. Een nadeel is dat bij complicatie de hele hechting moet worden verwijderd.

  • Wanneer: lange, lineaire wonden met gelijkmatige spanning
  • Voordeel: snel, gelijkmatige spanningverdeling
  • Nadeel: bij één probleemsteek is de hele hechting open

3. Matrashechting (horizontaal en verticaal)

De matrashechting geeft extra stevigheid en beter contact tussen de wondranden, vooral bij wonden met veel spanning of de neiging tot wondrandomslag.

VariantTechniekToepassing
Verticale matrashechting (Donati) Eerst diepe steek, daarna een kleinere superficiële steek terug Huid met veel spanning, zwelling (o.a. fractuurchirurgie)
Horizontale matrashechting Steek parallel aan de wondrand met terugkeersteek Huid met omtrekproblemen, everted wondranden
Doorlopende matrashechting Matrassteek zonder onderbreking Lange wonden met matige spanning

4. Intracutane hechting (intradermaal)

De intracutane hechting wordt in de huidlaag zelf geplaatst, zonder steekgaten door de epidermis. Het resultaat is een minimaal zichtbaar litteken, wat deze techniek geschikt maakt voor het gelaat en andere cosmetisch gevoelige gebieden.

  • Wanneer: wonden zonder spanning, gelaat, cosmetisch belaste zones
  • Voordeel: vrijwel geen zichtbare littekens
  • Nadeel: ongeschikt bij spanning, grote wonden of (risico op) infectie — onvoldoende drainage
  • Draden: monofilament resorbeerbaar (Monocryl) subcuticulair

5. Subcutane hechting

Bij diepere chirurgische wonden wordt in lagen gesloten: eerst de fascie, dan de subcutis en tot slot de huid. Dit geeft stevigheid en voorkomt seroomvorming. Bij kleinere wonden volstaat een losse subcutane steek waarvan de knoop in de diepte wordt begraven om irritatie te voorkomen.

  • Wanneer: operatiewonden, wonden waar de subcutis apart moet worden gesloten
  • Voordeel: minder spanning op de huidhechting, minder seroomvorming
  • Draden: resorbeerbaar (Vicryl, PDS II)

6. Speciale steken

TechniekToepassing
Corners steek Huidflappen, hoeken waarbij doorbloeding van de tip moet worden behouden
Tabakszakhechting Sluiten van stompjes of openingen, darmchirurgie
Dubbele katrolhechting (double pulley) Maximale spanning, fascie-sluiting
Figuur-8 hechting Pees, fascia — maximale trekkracht

Knooptechnieken

Een hechting is zo sterk als de knoop. Bij monofilament draad (bijv. Ethilon, Monocryl) zijn minimaal 3 tot 4 knopen nodig vanwege de gladde structuur; bij gevlochten draad (bijv. Vicryl) volstaan vaak 2 tot 3 knopen.

KnooptechniekOmschrijvingWanneer
Chirurgische knoop (instrumententechniek) Knoop in de diepte gelegd met de naaldvoerder Standaard bij elke hechting
Knoop op de hand Schoenveter-, wolkluwen- of naaigarengreep Bij veel knopen of grote draad
Vierkante knoop (granny lock) Twee tegenovergestelde slagen Basis, betrouwbaar
Zekerknoop (extra slip) Extra knoopslag voor meer zekerheid Monofilament, hoge spanning

Hechtingen verwijderen

LocatieVerwijdering na
Gelaat / hoofd 3–5 dagen
Hals 5–7 dagen
Romp / extremiteiten 7–10 dagen
Gewrichten / voeten 10–14 dagen
Rug 14 dagen

Snijd bij het verwijderen altijd één draadeinde kort boven de huid door, zodat het zichtbare deel niet door de wond wordt getrokken.

Valkuilen en aandachtspunten

  • Te veel spanning: veroorzaakt ischemie en slechte genezing; verdeel de spanning over meerdere steken of lagen.
  • Wondrandomslag: voorkom door correcte matras- of Donati-steken.
  • Geïnfecteerd weefsel: gebruik monofilament en vermijd intracutane hechting (beperkte drainage).
  • Fout draadmateriaal: kies resorbeerbaar voor inwendig en verwijderbaar of subcuticulair voor de huid.

Zorgplicht en kwaliteit

Hechten is een medische handeling die valt onder voorbehouden handelingen conform de Wet BIG. Gebruik uitsluitend CE-gecertificeerd hechtmateriaal (MDR 2017/745). Klinimed levert het volledige Ethicon-assortiment met correcte documentatie voor uw praktijk of instelling.

FAQ

Wat is het verschil tussen transcutaan en intracutaan hechten?
Bij transcutaan hechten gaan de steken door de huid en vangen ze zowel huid als onderhuids weefsel; dit is de standaardtechniek. Bij intracutaan hechten ligt de draad in de huidlaag zelf, zonder steekgaten, wat een mooier litteken geeft maar ongeschikt is bij spanning of infectie.

Wanneer gebruik je een matrashechting?
Een matrashechting wordt gebruikt bij wonden met veel spanning of de neiging tot wondrandomslag. De verticale variant (Donati) geeft extra stevigheid, bijvoorbeeld bij fractuurchirurgie.

Hoeveel knopen heb je nodig?
Bij monofilament draad minimaal 3–4 knopen, bij gevlochten draad meestal 2–3. De knoop moet stevig zijn maar de wond niet afknellen.

Disclaimer: De informatie op deze pagina is bedoeld voor medische professionals en zorgverleners. Deze inhoud vervangt geen medisch advies, klinische richtlijnen of productdocumentatie van de fabrikant. Raadpleeg altijd de bijsluiter en geldende protocollen van uw instelling. Klinimed is niet aansprakelijk voor onjuist gebruik van de beschreven producten of technieken.